Zodra je begint te googelen naar info over de busreis van Bangkok naar Siem Reap, kom je de grootste horrorverhalen tegen. Scams bij de beruchte Poipet-grens, buitensporig laat vertrekken, oncomfortabele bussen, gevaarlijke rijpraktijken en ga zo maar door. Forums staan er mee volgeklad.
Maar, is het daadwerkelijk zo’n hell of a ride?
Je begrijpt het al: ik heb deze reis zelf gemaakt. Een trip van plusminus 8 uur, zo werd me verteld.
Hoe is het me bevallen?
In dit artikel neem ik je mee naar mijn ervaringen en geef ik je een paar handige tips voor als ook jij deze busrit gaat maken.
Update 27 januari 2026: momenteel is het door de spanningen tussen Thailand en Cambodja niet mogelijk om over land tussen beide landen te reizen.
De busreis van Bangkok naar Siem Reap: mijn ervaringen

Dan gaan we nu verder met waar het hier allemaal om te doen is: de busreis van Bangkok naar Siem Reap, en vooral hoe ik het beleefd heb.
Waar ga ik naartoe?
Zoals wel vaker wist ik een dag voor het verlopen van mijn Thaise visum nog niet wat m’n volgende bestemming zou worden. Aangezien het over een paar dagen kerst was, waren alle vluchtprijzen als een komeet de lucht in geschoten. Zo kostte een vliegticket naar Kuala Lumpur opeens 120 euro, terwijl het normaal gezien rond de 40 tot 50 euro was.
Met een joekel van een groene kokosnoot voor me op tafel vroeg ik me hardop af wat ik moest doen. Zoveel keuzes, zoveel gedachtes.
In tegenstelling tot meestal besloot ik het makkelijk te houden en de knoop resoluut door te hakken: met de bus naar Siem Reap in Cambodja. Ik wilde eigenlijk nog best graag Kampot, Kep en Koh Rong Samloem bezoeken, evenals de Killing Fields bij Phom Penh trouwens. Stuk voor stuk plekken die ik tijdens mijn reis door het land jaren eerder niet had gezien.
Dus ja, waarom ook niet?

Bovendien was de prijs van het buskaartje erg aantrekkelijk: slechts 200 baht (zo’n 5 euro). Ik kocht ‘m bij een klein reisbureau in Soi Rambuttri, vlakbij backpackerswalhalla Khao San Road. De busmaatschappij waarmee ik ging reizen heette Travel Mart Bangkok. Een organisatie die, wanneer ik de reviews moet geloven, als vrij rampzalig bekendstond.
Binnen in de shop peilde ik nog even hoe het nou precies zat met het Cambodjaanse visum. De kleine vrouw met lange gekrulde wimpers beweerde dat ik het voor 1.200 baht zelf kon regelen bij de Poipet-grens (online was destijds nog niet mogelijk). De grens die op z’n zachtst gezegd als berucht bekendstond. Of 200 baht meer betalen, zodat een of andere pietje het daar voor me zou regelen. Omgerekend 5 piek commissie dus. Klonk allemaal prima.
Toen ik haar bedankte en de deur opensloeg, riep ze me op een pinnig toontje terug. Of ik de volgende ochtend om tien voor acht klaar wilde staan voor haar kantoor, de bus vertrok namelijk om acht uur. Niet bepaald een tijdstip waar ik naar uitzag, maar ik moest het ermee doen. Een andere optie was er niet.
Wat later, zoals verwacht
Aangezien ik niet meer gewend was om met een wekker te slapen, ben ik die nacht om de haverklap wakker geworden. De gedachte dat er een alarm afgaat maakte me een soort van extra alert, waardoor slapen een hels karwei werd. Ken je het?
De volgende ochtend ontwaakte ik tegen zevenen zodoende nogal moe uit m’n slaap, inclusief een zeurende hoofdpijn waarvan ik wist dat die niet zo 1,2,3 zou verdwijnen. Deze vroegte bleek achteraf ook nog eens verre van nodig.
In overleefstand sleurde ik mezelf uit het krappe eenpersoonsbed en nam ik een stomende douche. Hopelijk zou die me iets van energie geven. Beneden in het restaurant van het New Siam Guesthouse hoorde ik op datzelfde moment gerinkel van servies, maar ontbijt zat er voor mij niet meer in.
Haastend snelde ik me naar buiten en zoals afgesproken stond ik om stipt tien voor acht bij het reisbureau, klaar om opgehaald te worden. De man in kwestie kwam niettemin pas om half negen aanzetten, met een fles gekoelde kratomthee aan zijn lippen. Geef mij ook een slokje please, smeekte het stemmetje in mijn hoofd. Dat spul zorgt voor een oppepper van jewelste, iets wat ik nu goed kon gebruiken.
Met zijn ogen wijd open gebaarde richting mij en een Amerikaans stel dat we hem moesten volgen. Verder niets van een verontschuldiging of zo. Niet dat laat komen nou echt verrassend is in Zuidoost-Azië, maar toch. Ik had nog zo lekker kunnen slapen, bedacht ik me.
Via een korte wandeling door de verlaten straten van Bangkok, belandden we bij een luxe uitziende bus. Ik hoefde vreemd genoeg geen ticket te overhandigen en sloop onmiddellijk naar binnen, voorin aan de bovenkant werd mijn stekkie voor vandaag. Volop ruimte, comfortabele stoelen, een toilet en zelfs gratis Wi-Fi. Ge ken ’t slechter treffen eej, zouden wij vroeger in mijn geboortedorp zeggen. De enige andere passagiers hierboven waren twee Fransen die, op diverse gesprekken met mij na, nagenoeg de gehele weg aan het tukken waren. Lekker rustig dus.

Voor hen werd de reis naar Siem Reap trouwens een knap dure aangelegenheid. Ze hadden op het laatste moment online een ticket gekocht, omdat ze hun vlucht van Bangkok naar Siem Reap door onvoorziene rompslomp gemist hadden. Bleek dat ze zes keer meer dan ik hadden gelapt voor een kaartje. Tel daar de vliegtickets bij op en je weet hoe laat het is.
“Wanneer vertrekken we?” vroeg ik aarzelend aan de chauffeur die op zijn gemakje buiten aan een peuk stond te hijsen. Ondertussen gaf mijn telefoon 9.12 uur aan en we stonden hier maar te staan.
Uiteindelijk startte hij de lawaaierige dieselmotor om half tien en reden we weg. Anderhalf uur later dan gepland. De Wi-Fi was sneller dan verwacht, de stoel in slaapstand. Ik vermaakte wel. Het enige waar ik last van had waren de zo nu en dan langsvliegende muggen, met hun kwellende gezoem en voortdurende aanvallen op mijn arme voeten.
Een welkome tussenstop
Ergens in Thailand maakten we na een uur of drie een stop om een hapje te eten en iets te drinken. Met een 7-Eleven, verschillende restaurants en een koffiezaak, had ik genoeg om uit te kiezen. Ik ging, na een kort en vruchteloos bezoek aan de 7-Eleven, voor rijst met curry en kocht verder nog twee stokjes met varkensvlees. Dit laatste is voor mij overigens vrij uniek, omdat ik doorgaans kip, rund of vis eet.
Verrassend genoeg smaakte het supergoed. Verrassend, wegens mijn weinig positieve ervaringen met wegrestaurant-voedsel. Om de boel af te romen bestelde ik een ijskoffie, die ik in alle rust in de bus op kon slurpen. De snak naar cafeïne was sowieso groot, de dufheid van de afgelopen rotnacht domineerde nog steeds mijn algehele stemming.
Stapvoets reden we verder en om half vier kwamen we aan bij de Poipet-border. Een grens die door menigeen gevreesd wordt, vanwege de oplichtingspraktijken die er aan de lopende band zouden plaatsvinden. Vandaar de titel van dit verhaal.
Een van de scams is dat bij aankomst iemand in de bus zich aan komt bieden om het visum voor je te regelen. Iets wat je volgens de verhalen absoluut niet zou moeten doen, omdat je zo veel meer betaalt dan nodig.
Het visum voor Cambodja regelen
Niet lang daarna bood een man van de busmaatschappij zich inderdaad aan om als visumbemiddelaar op te treden. De kosten: 1.400 baht. Ga je het zelf doen, zou het volgens hem een poos langer duren, alleen kost het je dan slechts 1.200 baht. Al met al precies wat de vrouw van het reisbureau me had verteld.
So far so good.
Even checken: 1.200 baht stond gelijk aan 37 dollar. Hoewel het meer is dan de 30 dollar waar je overal over leest, bleek die 30 dollar achterhaald. Om precies te zijn ging het nu om 36 dollar. (Op de officiële website betaal je tegenwoordig overigens 35 dollar). In die zin is 1.200 baht op zich redelijk te noemen. Frappant genoeg las ik op het visum zelf later ’30 USD’. Schijnbaar was dit niet het bedrag waarvoor ons Westerlingen lukt, door onduidelijke additionele kosten die worden gerekend – zo liet een groepje zelfbenoemd visumexperts voor de stinkende toiletten doorschemeren.
Dus ja, 200 baht uitsparen en het zelf uitzoeken of die omgerekende 5 euro meer uitgeven en het mezelf makkelijk maken? Ik koos, evenals alle anderen, voor het laatste.
Was dit dan de scam waar voor werd gewaarschuwd?
Hoe het ook zij, voor die 5 euro en bespaarde moeite liet ik mezelf graag ‘oplichten’.
Ik griste het benodigde briefgeld bij elkaar en overhandigde het bedrag samen met een pasfoto aan de man, die een nogal gezwollen gezicht had. Het was meer geluk dan wijsheid dat ik die foto bij me had trouwens. Die komen op reis altijd wel ergens van pas. Het paspoort kreeg ik vrijwel direct weer terug in mijn handen gedouwd om bij de grensovergang aan de Thaise immigratie te kunnen tonen, en mijn benodigde exit-stempel te krijgen.
Gedoe met mijn paspoort
Het was voor mij nog razend spannend of ik Thailand zonder gezeik uit ging komen. In de week ervoor had ik namelijk een nieuw paspoort in Bangkok geregeld. Bij het afhalen ervan zei de vrouwelijke medewerker tegen me dat er bij het verlaten van Thailand om een ‘confirmation letter’ kon worden gevraagd. Haar strakke blik met ogen die boven de bril uitkeken, schoten weer even door mijn hoofd. Vanuit de Nederlandse overheid werd er een fors bedrag voor gerekend: 1.200 baht, een dikke 30 euro.
Het nieuwe paspoort kostte me al het dubbele vergeleken met de aanvraag in Nederland, bovendien stond er met dikke inkt een ‘confirmation stamp’ in. Die brief die ik dan nodig zou hebben leek me zo’n typisch geldklopperij-principe-ding, waardoor ik besliste om het niet te doen. Het is goed met jullie, dacht ik.
Alleen ja, regels zijn regels natuurlijk en die bepaal ik helaas niet zelf.
Eenmaal bij de grens begon ik het goed warm te krijgen. Had ik het protocol dan toch niet gewoon moeten volgen?
Het was al eventjes geleden dat ik deze spannende energie had gevoeld.
Plots was het zover en kon ik me melden. Een boze ambtenaar met kringen van vermoeidheid onder zijn ogen keek naar me alsof ik een nummertje was, en verwees me door naar een groezelig loket waar ik een formulier moest invullen. Directief en zonder mogelijkheid om een vraag te stellen. Ik waagde het er desondanks op, maar kreeg geen woord uit zijn mond. Precies zoals je je een immigratiemedewerker voorstelt.

Moest ik alsnog bijbetalen? Of erger: kwam ik misschien in de problemen en kon ik Thailand niet verlaten?
Aangezien ik nauwelijks Thaise baht meer overhad, smeekte ik van binnen op het best mogelijke scenario.
We waren ondertussen al een half uur verder en net toen mijn hoop steeds dieper wegzakte, kreeg ik het seintje waar ik zo vurig op hoopte.
De haast versteende ambtenaar kwam in beweging en pakte zijn stempelhamertje erbij.
De exit-stempel werd met een doffe knal in mijn paspoort gezet. Niet bepaald van harte, al had ik van deze norse vent ook niets anders verwacht.
Opgetogen stapte ik weg bij het loket. Nog een keer wisselde ik een blik uit met de medewerker. Hij leek iets te willen zeggen. Daarop werden mijn benen opeens zwaarder. Als kokers die langzaam vollopen met zand. Was dit het moment waarop hij me terug ging roepen en roet in het eten wilde gooien?
In een flits draaide ik me om en verliet ik de klinische en sfeerloze ruimte. Bang om zijn stem te horen leken de seconden wel minuten. De kust was nu toch echt veilig. Hoopte ik.
Iedereen kwijt
Ik had duidelijk vertraging opgelopen ten opzichte van de andere mensen uit de bus. Er was niemand van hen meer te bekennen. Degene die ik zocht was de man die mijn visum zou regelen. Langzaam bekroop me een onheilspellend gevoel. Zonder visum kon ik immers nergens heen.
Minuten trokken voorbij en ik keek wat vertwijfeld om me heen.
Godzijdank dook hij uit het niets op. De man die ik zocht. Mijn bemiddelaar. Gelukkig maar, want in deze drukte zou het opsporen van iemand gelijkstaan aan de welbekende speld in de hooiberg.
“Sorry dat het zolang duurde,” mompelde ik. “Ik kon er niks aan doen.”
Zijn gitzwarte kraalogen keken me aan waarna zijn harde mimiek plotseling zachter en vriendelijker werd. Die vlugge commerciële jongen kreeg plotsklaps iets rustigs over zich. Hij toonde begrip voor de situatie.
“Hier heb je je een sigaret,” is wat hij vervolgens uitbracht terwijl hij een handgerolde peuk voor m’n neus heen en weer bewoog. Je zou kunnen zeggen als teken van vriendelijkheid.
“Nee sorry, ik rook niet,” zo liet ik hem met een voorzichtige grijns weten.
Al gauw vroeg hij om m’n paspoort om er daarna als een speer vandoor te gaan. Of ik in de bus op hem wilde wachten.
En dus sjokte ik terug naar de touringcar, dorstig en plakkend van het zweert, alsof ik er zojuist een jungle-trekking op had zitten. Eindelijk tijd om te ontspannen, met een welverdiend flesje water erbij.
Een half uur later rende de bemiddelaar hijgend de bus in met een rits paspoorten in zijn rechterhand. Een lach verscheen op zijn gezicht, met de zweetdruppels op zijn kleine voorhoofd. Alle visums waren geregeld.
Een gratis tuk-tuk naar m’n hotel?
Ik keek de duisternis in door het vettige raam rechts van me. De zon was inmiddels achter de horizon gezakt en Siem Reap naderde. De stad van misschien wel het meest indrukwekkende tempelcomplex ter wereld: Angkor Wat.
Jaren geleden kwam hier al eens. Ik herinner me een obscure busterminal waar ik destijds vanuit Pakse (Laos) werd gedropt, kilometers buiten het centrum.
Wat volgde was een van mijn meest angstaanjagende reiservaringen tot dan toe: achtervolgd worden door zeker vier agressieve honden, terwijl ik achterop de scooter zat bij een willekeurige local die zich had voorgedaan als taxichauffeur. Ze bleven maar naast ons rennen en op een gegeven moment laten twee van hen hun tanden zien. En ik maar schreeuwen dat we harder moesten rijden. Ik bereidde me voor op iets ergs. Wonderbaarlijk genoeg is het zonder schade afgelopen.
Ditmaal bleek het uitstappunt ergens in het centrum langs de weg. Op de kaart zag ik dat mijn beoogde guesthouse op pakweg anderhalve kilometer lag. Prima te lopen dus.
Van uitstappen in de luwte was echter geen sprake. Ik had mijn voet nog niet op de stoep gezet of tuk-tuk-drivers kwamen op me afgestormd met het verhaal dat ze me gratis bij mijn hotel konden droppen. Als vliegen die van een drol komen snoepen.
Zulke dingen klinken te mooi om waar te zijn. Een van hen bleef voor me staan. En inderdaad, nadat we bij zijn tuk-tuk stonden, bood ‘ie zichzelf aan als gids voor een tour langs de tempels van Angkor Wat. Want zonder een tegenprestatie zou hij mij natuurlijk niet naar m’n hotel brengen. Toch een net wat ander verhaal dan luttele seconden eerder.
Niet dat ik dit erg vond hoor, ik begreep het best. Maar aangezien ik in het verleden al in Angkor geweest was, gaf ik aan te gaan lopen naar het guesthouse. “Veel te ver” uiteraard. Zulke uitspraken kende ik inmiddels wel.
En wat denk je? Halverwege zie ik de twee Fransen uit de bus gefrustreerd uit de in neonlicht gehulde tuk-tuk springen. Het beloofde gratis ritje moest ineens 6 dollar kosten.
Na de laatste woorden met hen te hebben gewisseld ben ik doorgelopen en onderweg bij een bakkerij gestopt. Het was de gemengde geur van zoete broodjes en gebakjes die me hongerig had gemaakt.
Met een chocoladecroissant in de hand wandelde ik de laatste 700 meter naar mijn guesthouse. Poipet had me in elk geval niet te pakken weten te krijgen, al vond ik het voor vandaag wel mooi geweest. Ik verlangde naar een bed en een prikkelloze omgeving.
Wat vond ik ervan?
Al met al vond ik het een prima busreis. Oké, we vertrokken later en waren niet op de beloofde vier uur uur in Siem Reap, maar zoiets is in Zuidoost-Azië eerder regel dan uitzondering.
De scam van te veel betalen voor je visum is me zoals gezegd ontzettend meegevallen. En de tuk-tuk-scam bij aankomst kan ik eerlijk gezegd niet eens een scam noemen. Met een beetje gezond verstand begrijp je al vrij vlug dat het aanbod -een gratis rit naar je hotel- te mooi is om waar te zijn.
Mij hoor je niet klagen dus!
Een advies: laat je niet altijd afschrikken door reviews of negatieve verhalen van anderen. Alhoewel er vaak heus wel het een en ander van zal kloppen, is mijn ervaring al heel wat keren anders geweest. Zo ook nu, zoals je hebt gelezen.
Waar koop je je buskaartje?
Je kunt je buskaartje bij een travel agency in bijvoorbeeld Khao San Road of Soi Rambuttri kopen.
De meeste reizigers halen het tegenwoordig echter online, 12Go Asia is daarvoor de beste partij.
Boek alvast een leuke slaapplek in Siem Reap

Om je te helpen met het vinden van een fijne slaapplek, heb ik de betere accommodaties van Siem Reap voor je op een rijtje gezet.
Laat ik aftrappen met de hostels, ideaal mocht je graag met andere backpackers in contact willen komen. Drie hele leuke hostels zijn Onederz Siem Reap, The Twizt – Lifestyle Hostel en Lub d Cambodia Siem Reap.
Evengoed low-budget (en authentiek bovendien) is een homestay. Twee aanraders zijn Yi family The permaculture Homestay en RESIDENCE 1960.
Slaap je liever in een resort of hotel? Tanei Angkor Resort and Spa (vier sterren) en The Nest (vier sterren) bieden comfort en zijn vrij goedkoop. Is kleinschaligheid je ding? Check dan in bij The Jungle (vier sterren). Eightfold Urban Resort, Angkor Village Hotel, Viroth’s Hotel en TUI BLUE zijn top wanneer je de luxe van vijf sterren zoekt.
Ook een villa huren behoort tot de mogelijkheden in Siem Reap. The Friendship Villa by Amatak, My Key Polanka Private Villa en Angkor Rendezvous zijn allen aanraders.
Meer lezen over Siem Reap? Check dan deze gids barstensvol tips die ik heb geschreven.
Vragen over deze reis? Laat het weten in comments 🙂














Ik ga volgende maand beginnen aan het rondje Thailand-Laos-Cambodja-Thailand. Wanneer ik weer terug vanuit Cambodja naar Thailand (Bangkok) is Siem Reap dan ook de plek om de bus naar bangkok te pakken? Of wordt een andere plek aangeraden? Zo ja, is dat dan deze zelfde bus als in het bovenstaande? Ik ben van plan al mijn visa aan de grens te regelen
Als je met de bus terug naar Bangkok wilt, dan is Siem Reap wel de meest logische keuze ja. Vanuit het zuiden van Cambodja, bijvoorbeeld Sihanoukville, ben je een stuk langer onderweg. Er gaan meerdere busmaatschappijen die kant op, loop even een travel agency binnen. De strekking van mijn verhaal is in ieder geval dat goedkoop lang niet altijd slecht hoeft te zijn.
Succes!
Hey, ik heb even een vraagje. Ik ga naar thailand voor 3 weken, maar ik zou voor 3 dagen naar cambodja willen voor angkor. Wat voor visum moet ik dan aanvragen?
Gewoon het standaardvisum voor 30 dagen.
Hey Robbert,
Ik ga van Bangkok naar Siem Reap en dan weer terug naar Bangkok, ik heb in principle geen visum nodig voor Thailand! Geld dat ook nog als ik via Cambodja weer het land inkom ? Of moet ik dan alsnog een visum voor Thailand aanvragen ? Ik kan het nergens vinden !
Hey Pyretta,
Je krijgt dan opnieuw een visa on arrival dat je recht geeft op 30 dagen Thailand. Let wel op dat je over land slechts twee keer per jaar Thailand kunt binnenkomen. Per vliegtuig zitten hier overigens geen beperkingen aan.
Fijne reis!